Tolerantie

Gisteravond gekeken naar het tv-programma van Leo Blokhuizen, getiteld “Achter de dijken”. Ditmaal ging het over de bekendste eigenschap van Nederland ‘tolerantie’.

Samenleven is het continue hebben van ontmoetingen met andere mensen. Bij die grensontmoetingen botsen opvattingen, sentimenten en vooroordelen. Dit geldt zowel op straat, tussen organisaties als binnen organisaties; steeds ontmoet de mens de andere en moet hij het met hem zien te rooien. Dit geldt uiteraard voor beiden.

Om samen verder te komen is wederzijdse tolerantie een cruciale factor voor succesvol samenleven en -werken. En dat gaat ons heel goed af; de meeste Nederlanders leven met veel plezier en geluk in deze delta. Wie wel eens in andere landen heeft gewoond, gewerkt of vakantie gevierd, weet wat het betekent wanneer je niet zeker bent van water uit de kraan. Dat nog drinkbaar is ook! Tolerantie bevordert effectief samenwerken en ligt daarmee ook ten grondslag aan onze welvaart en welzijn.

Kunnen we dan op onze lauweren zitten? Nee, gelukkig niet. Steeds weer verandert de wereld en dus ook ons land; door nieuwe technologieën, inzichten, organisaties en landgenoten en veranderende emancipatoire opvattingen (over gender bijvoorbeeld). Wat gisteren normaal was en werkte, kan dat morgen niet meer zijn. Dus onze manier van samenleven verandert waardoor de invulling van onze toleratie mee moet evolueren.

Door omgevingsdynamiek verwordt tolerantie van statisch in een dynamisch begrip. We redden het niet meer met de ‘oude’ invulling van tolerantie.

Lange tijd was de Nederlandse tolerantie een calculatieve tolerantie. We accepteerden de andere vanwege ons eigenbelang. Dat konden droge voeten zijn waardoor katholieken en protestanten wel moesten samenwerken, wetende dat zij zichzelf toch wel beter, verhevene voelden boven de andere. Dat konden ook handelsbelangen zijn waardoor we wel voor menserechten zijn zolang die de handel maar niet in de weg zitten.

Tegenwoordig redden we het niet meer met die calculatieve tolerantie. De ander merkt dat hij getolereerd wordt, maar niet geaccepteerd als volwaardig persoon. Het betweterige toontje kleineert de andere waarmee de tolereerder zichzelf toch boven de andere plaatst. Dit geldt bijvoorbeeld in de discussie over de kloof tussen de elite en het klootjesvolk. Wanneer beiden zitten op ‘je mag er zijn, maar ik ben beter’ en uiteindelijk moet je doen wat ik vind, dan is succesvol samenleven ver weg.

Tolerantie heeft dus een boost nodig. Omarm daarvoor het perspectief van de andere. Dat is zo verrijkend. Stop met te snel je verheffen boven de andere en veroordeel het andere niet te snel.

Is dat voldoende? Ik denk het niet. Want samenleven levert continu dilemma’s op. Die omarmen en koesteren helpt tegenwoordig ook.

Echte tolerantie omarmt beide perspectieven; het zijne en het mijne. En het accepteert dat er daardoor dilemma’s ontstaan, die heel vaak in samenspraak opgelost kunnen worden.

 

Advertenties

De wurggreep van stijgende verwachtingen

Organisaties en mensen houden elkaar in een wurggreep vast.

Mensen stellen meer en meer eisen aan organisaties op het gebied van kwaliteit van producten en dienstverlening. Denk bijvoorbeeld aan de snelheid waarop klanten een reactie verwachten op een twitterbericht. Organisaties beloven klanten steeds meer. Denk bijvoorbeeld aan de vele reclames in de trant van ‘vanavond voor 23.00 bestelt, morgen in huis’. Doen ze dat niet, dan is de angst dat klanten en (potentiële) medewerkers naar de concurrent overlopen. En door de beloften van organisaties verwachten mensen dat het alsmaar beter en groter kan. Ook de regering doet eraan mee onder slogans als ‘Nederland, kennisland’. Programma’s in de media tonen steeds vaker de ‘succesvolle’ toepassingen van technologie, waarin men het bewijs vindt dat het sneller en beter kan. Ook de medische sector maakt hier gebruik van; nieuwe medicijnen en technologische innovaties zorgen voor oplopende verwachtingen. Patiënten verwachten gelijk het juiste pilletje van de dokter om vervolgens weer te lopen als een kievit.

Tezamen vormt dit alles een cultuur van oplopende verwachtingen.

Iedereen zit, of hij het nu wilt of niet, opgesloten in deze culturele wurggreep. Gabriël van den Brink noemt dit proces van stijgende verwachtingen ‘normatieve ophoging’. Sluipenderwijs verhogen we onze normen van wat we acceptabel vinden op het gebied van producten, diensten en omgangsvormen. Daardoor neemt ook onze tolerantie af voor datgene wat niet voldoet aan deze hogere normen. Kijk voor de gein eens op ‘beoordelingssites’, waarin meedogenloos wordt afgerekend met organisaties die niet voldeden aan onze (gecreëerde) verwachtingen. Scholen, taxichauffeurs, waterleidingbedrijven, de telecomsector, bioscopen, vakantieparken, werkelijk iedereen doet er aan mee

Wil je bij de tijd blijven, dan heb je als individu en organisatie vandaag-de-dag geen keuze om mee te doen aan deze normatieve omhoging. Om niet buiten de boot te vallen bestaat er wel een uitweg. Kies voor de route van superspecialist worden. Kies één onderwerp of een klein deel van een beroep, investeer daar vele jaren in en bouw ervaringsdeskundigheid op. Deze investering zorgt dat je adequaat op de verwachtingen kunt reageren

Zoals alles op papier, is deze uitweg makkelijker gezegd dan gedaan, want het is momenteel onmogelijk goed te voorspellen aan welke verwachtingen over pakweg 10 jaar behoefte is. De beste bewapening hiertegen is investeren in echte deskundigheid. Dit kan op werkelijk elk terrein.

 

De populariteit van Donald Trump en Geert Wilders bij veel mensen verklaard

Dit komt natuurlijk niet door één reden. Het is een optelsom van factoren en gebeurtenissen die op een gegeven moment ervoor zorgen dat zij de ‘wind in de zeilen’ krijgen (en houden). Ik noem 5 redenen die met elkaar interacteren.

Reden 1:

Geert en Donald tonen empathie voor hen die zich niet gezien voelen/weten, die zich in de steek gelaten voelen, die het gevoel/idee hebben dat zij niet meer mee mogen doen.

Laten we ons richten op Nederland. Na enkele decennia van sociaal-liberaal beleid is de Nederlander zelfredzamer geworden. Positief geformuleerd, autonomer; hij mag en kan meer zelf beslissen. De verantwoordelijkheid voor zijn eigen levensgeluk liggen in zijn eigen handen. Weg van de beknellende verzorgingsstaat, ruimte voor het individu. Dit wordt gesteund door het feit dat mensen meer geleerd hebben. Men kan en wil zelf meer.

Helaas voor die zelfstandige mens is tegelijkertijd de onoverzichtelijk- en onduidelijkheid toegenomen. Krijg ik nog pensioen?, op welke leeftijd?, welke geneesmiddelen helpen mij echt?, houd ik mijn baan?, welke voedsel is te vertrouwen?, hebben mijn kinderen straks kans op een eigen koopwoning?, etc. De spanning zit tussen de toegenomen vrijheid en een omgeving die onzekerder en gefragmenteerder is geworden.

De paradox is dat zelfredzame mens minder invloed op zijn levensgeluk heeft; door ontwikkelingen in China, door technologische innovaties, door Europese en nationale regelgeving, door veranderingen in het klimaat kan jouw baan morgen verdwenen zijn, zonder enige invloed daarop.

Het leven wordt daardoor minder kansrijk terwijl je wel het zelf moet doen.

Tegelijkertijd zie je om jou heen mensen die heel rijk zijn -en de boel bedonderen- en je ziet vreemdelingen het land binnenkomen die gastvrij ontvangen worden, terwijl jij je door de berg paperassen moet worstelen. Je kunt van mensen geen empathie verlangen voor anderen wanneer zijzelf geen empathie voor hun situatie ervaren.

Kortom, Geert en Donald bieden een schouder aan hen die angstig zijn, die het gevoel hebben minder toegang te hebben tot allerlei voorzieningen en mogelijkheden en die ondertussen wel anderen in luxe en weelde zien leven, soms de boel zien flessen of rijkelijk onthaald worden.

Onrechtvaardig noemt men dat. Niemand neemt het voor mij op, totdat Geert en Donald dat verbaal doen.

Reden 2: Donald en Geert geven mensen hun trots terug

Laten we ons wederom richten op Nederland.

Wie ben ik? Waar sta ik voor? Als Nederlander ben ik trots op mij land –koningsdag, Sinterklaas, oliebollen, Wilhelmus, gay parade, etc.- Door de internationalisering is relativisme bon ton geworden; het eigene werd, na goed Hollands gebruik, ter discussie gesteld. De eigen identiteit, die volgens Maxima niet bestaat, bestaat voor de mensen wel degelijk, gesymboliseerd in de Keukenhof, de strijd tegen het water, het poldermodel en de kleur oranje. Terwijl anderen kritisch op onze identiteit zijn, is juist een kenmerk van die identiteit dat we onszelf bekritiseren om het te koesteren. Wanneer dan anderen onze normen en waarden –onze symbolen (= zwarte Piet)- ter discussie stellen, sluiten ze aan op het relativisme en het typerende van onze identiteit, maar slaan de plank mis door niet te beseffen dat we die identiteit juist behouden door het te beschimpen. Wie ben jij om mijn eigenheid omver te werpen? Doe dat maar ergens anders.

Kortom, Geert en Donald gaan in de strijd voorop bij het herstellen van onze (nationale) eigenwaarde.

Reden 3: Geert en Donald bezitten een aansprekend verhaal

Wederom richten we ons op Nederland.

Het ligt niet aan ons, maar anderen doen ons dit aan. Twee schuldigen. De linkse elite en media, met in hun kielzog zij die vóór Europa zijn, én de islam. De linkse elite heeft met haar relativisme en internationale oriëntatie onze identiteit te grabbel gegooid én zij heeft geaccepteerd dat allerlei mensen misbruik konden maken van hun positie (witwassen, fraude, bonussen); kortom links lullen en rechts zakkenvullen. Deze zondebokken sluiten natuurlijk prima aan op reden 1, onoverzichtelijkheid; de linkse elite heeft vooral aan zichzelf gedacht en niet aan de gewone Nederlander.

De combinatie met reden 2 is dat de linkse elite de eigen trots verkwanselt heeft.

De linkse media wordt verweten dat die niet is opgekomen voor het gewone volk, maar altijd de weg van de elite volgde (Haagse kaasstolp en Amsterdamse grachtengordel).

De islam bedreigt onze identiteit; ze pikken onze banen en vrouwen in, ze willen hier een sharia invoeren. Kortom Geert creëert hier een vijandbeeld dat aanslaat bij hen die de wereld te onoverzichtelijk en te bedreigend ervaren. Dan is een vijand van buiten een makkelijk doelwit, zeker wanneer die vijand dat zelf versterkt door graaien, bonuscultuur en massa-ontslag (linkse elite) of gruwelijke video’s van onthoofdingen de wereld in te slingeren.

Het verhaal van Geert luidt “het ligt niet aan jezelf”. De elite liet jou in de kou staan en ondertussen kregen gevaarlijke mensen uit andere landen (vreemd volk) voorkeur en ruimte.

Het verhaal van Geert is én een reactie op het sociaal liberale beleid dat vanaf begin jaren negentig van de vorige eeuw gevoerd is én op de internationalisering.

Gewone Nederlanders, zij die werkten bij V&D of nu nog werken bij een bank, worden en masse ontslagen terwijl ondertussen zij zelf verantwoordelijk worden gehouden voor hun eigen levensgeluk in een wereld die steeds meer ingrijpt in hun levensgeluk, zonder dat zij daar ook maar enige invloed op kunnen uitoefenen.

Donald en Geert verwoorden hun zorgen en geven aan er voor hen te zijn.

Naast deze 3 hoofdredenen zijn er ook ‘kleinere’ redenen.

Reden 4: Geert en Donald worden aangevallen

De uitspraak van de rechtbank die ‘onze’ Geert veroordeelde, wordt door hem geframed als een aanval van de linkse elite op het vrije woord – een karakteristiek van onze identiteit- en als een aanval op miljoenen mensen die hij vertegenwoordigt.

Logisch dat mensen hem dan nog meer zullen steunen. Want (geven – nemen) Geert geeft zichzelf voor ons –hij wordt zelf constant bewaakt om ons te helpen- en dus geef je wat terug (stem, solidariteit).

Elke massademonstratie tegen Trump zal de diehards bevestigen dat ‘hun verdediger’ beschermd moet worden.

Reden 5: Geert en Donald hebben de wind in de zeilen (het winnaarseffect)

Mensen horen graag bij winnaars. Zwaan-kleef-aan. In een onzekere wereld sluiten mensen graag aan bij hen die succes hebben. Dat zie je bij Trump na zijn verkiezingsoverwinning. En bij Geert in de peilingen. Logisch dat er steeds meer mensen op Geert gaan stemmen.

Klopt dit?

Dit is een insteek gebaseerd op de sociale psychologie van invloed krijgen bij mensen en op enige gedragsprincipes van menselijk gedrag. De clou zit in de interactie tussen de factoren. Zijn dit de enige factoren, ik betwijfel het. Zijn dit relevante factoren, ja, zonder meer.

Vermijden of bestrijden

Najaar 2016. Trump wint in de VS de presidentsverkiezingen met ongeveer de helft van de stemmen. In Nederland staat Wilders voor het gerecht. Onderzoek toont aan dat er verschillende bevolkingsgroepen bestaan die niet meer met elkaar contact hebben, elkaar niet begrijpen, in de eigen wereld trouwen, in de eigen wereld sporten en uitgaan en ook hun eigen social media er op nahouden. Nationalisme -grenzen dicht- stijgt in waardering bij de ene groep terwijl de andere groep gruwt van de spruitjeslucht. Ook de discussie over vaccinatie bij kinderen verhardt zich. De polarisatie lijkt toe te nemen, zegt men.

Is dit erg?

Nee, in eerste instantie niet; de grondwet biedt mensen de gelegenheid er een eigen mening op na te houden. Juist onze strijd tegen de Spanjaarden ging om het recht er een andere mening op na te houden.

Dat elke groep zijn eigen waarheid er op nahoudt, zelfs wanneer dat door ‘wetenschappelijk’ onderzoek wordt tegengesproken, is een groot goed. Want hoe betrouwbaar zijn de onderzoeksuitkomsten wanneer regelmatig blijkt dat onderzoekers ook hun blinde vlekken hebben.

Wat is er dan wel erg aan?

Het vraagstuk van de polarisatie draait dan ook niet om het bezitten van de juiste waarheid, want die waarheid is geregeld groepsgebonden. Zie maar de standpunten over de bonuscultuur bij bankiers -voor sommigen graaiers, voor anderen een medicijn om talent binnen boord te houden- of de opvang van vluchtelingen -zijn het mensen op zoek naar hulp of gelukzoekers?-.

De uitdaging ligt op gebieden als tolerantie en omgaan met pluriformiteit en diversiteit, kortom om samenleven met verschil. Wanneer er rond een vraagstuk veel opvattingen leven over de waarheid, hoe gaan we daar mee om? Mogen anderen er opvattingen op nahouden die afwijken van de onze? Durven we zelf positie in te nemen bij een vraagstuk en tegelijkertijd ruimte te bieden aan anderen om hun visie te geven?

Gebruikelijke reacties van mensen zijn daarbij vermijden en bestrijden.

Men vermijdt de opvattingen van anderen; soms bewust door het te negeren en veel vaker onbewust door te zorgen dat men er niet mee in aanraking komt.

Komt men er wel mee in aanraking, dan bestrijdt men het vanuit het eigen schuttersputje en komt met de eigen argumenten aanzetten. Hoe sterker de één de ander probeert te overtuigen van zijn gelijk, en dus van het ongelijk van de ander, hoe sterker de ander zich zal verdedigen.

Gelukkig wordt Nederland historisch omschreven als tolerant, dus er ligt een basis om met deze nieuwe opgave om te gaan. De eerste aanzet daartoe ligt bij iedere mens zelf, namelijk toestaan dat de ander er opvattingen op na mag houden die niet de jouwe zijn.

Waar ligt mijn grens in deze? Waar sta ik voor? Wanneer mensen er opvattingen op nahouden die verbieden dat anderen er andere opvattingen op na mogen houden of die anderen nadrukkelijk kwetsen of geweld aan doen. Dat vermijd ik niet, maar bestrijd ik!

Thuis

Verandering is wat de trom slaat; nieuwe producten, sluiting van winkels, reorganisaties en fusies. Elk moment verandert er wel iets. Tegelijkertijd koestert een mens vertrouwdheid. Hij wil zich ergens nestelen en thuis voelen. Hij identificeert zich daarmee. Symbolen als vlag en lied vormen de ijkpunten om te zien waar je thuis bent en met wie je thuis bent.

En dan verandert het. De vertrouwde winkel sluit. De looproute houdt op te bestaan. In de supermarkt liggen nieuwe ‘vreemde’ groenten. De marketing en politieke correctheid roepen je toe om ‘hiervoor open te staan’. Maar het voelt anders, die jas past nog niet.

Elke verandering doet een beroep op de mens om zijn ‘oude’ thuis achter zich te laten en zich een nieuw thuis eigen te maken. Dit geldt voor vluchtelingen en immigranten, maar het geldt evenzo voor medewerkers van organisaties die fuseren.

Of nog een stap verder, door de internationalisering verandert het culturele landschap ingrijpend. Voor velen is het lokale -de jaarlijkse kermis, de lokale supermarkt- de horizon, terwijl de wereld praat over beurskoersen in Japan, olieprijzen in het Midden-Oosten en presidentsverkiezingen in de VS. De media melden ondertussen dat je 3 keer per jaar op vakantie moet, naar exotische gebieden. Ook tonen beroemdheden hun paleizen. Mannen en vrouwen kleden zich in de nieuwste Prada.

Deze wereld harmonieert niet met jouw wereld. De culturele grond lost gaandeweg onder de voeten op. Jouw thuis is minder thuis dan je zou willen; de vlag en het lied klinken nog wel, maar hol en herinneren aan vervlogen tijden.

In jouw eigen huis voel je niet meer thuis. Sommigen noemen het vervreemding, anderen machteloosheid.

Elke regering of leiding van een organisatie zou juist oog moeten krijgen voor gevoelens van thuis bij veranderingen.

wij zijn óók onze context

Individualisering is zo normaal, dat we niet anders weten. Ik ben een individu en vooral geen kuddedier.

Klopt dit?

Natuurlijk klopt het. Elke mens is uniek en kent een eigen binnenwereld. Echter, het is niet volledig.

Elke mens leeft in een specifieke context. Die context bepaalt wie hij is en wat hij doet. En vice versa. Door te handelen zoals het hoort, draagt elke mens bij aan het continueren van de context waarin hij leeft (lemniscaat).

Neem Kees. Hij woont al zijn hele leven in Nederland. Dus serveert hij koffie met één koekje als teken van gastvrijheid. Zijn woonkamer is klassiek ‘hollands’ ingericht. Veel daarvan is gekocht bij de Zweedse grootgrutter IKEA. Het bankstel kijkt uit op de grote platbeeldscherm van de televisie. Hij kijkt graag naar “Boer zoekt vrouw’ en ‘Heel Holland bakt’. In zijn straat wast iedere man de auto één keer per week. Dus Kees ook. Hij werkt bij een grote organisatie. Gelijk zijn collega’s is hij organisatie-wise gekleed; brede stropdas, bruine puntschoenen, een aktetas met hengels en de nieuwste samsung. Door de week bezoekt hij de fitnesszaal en werkt geconcentreerd aan zijn sixpack. Op zondag rent hij, gelijk velen, hard in het bos. Wel in de juiste outfit. Nadien drinkt hij een verantwoorde shake.

Het leven van Kees is als individu totaal verweven met zijn context. Die vormt zijn thuis/ zijn habitat; de zuurstof hoe te handelen/gedragen. Het biedt hem houvast in een wereld vol onduidelijkheden en onzekerheden.

Dit is ook de waarde van leven in een context. De context beschermt, begrenst en stimuleert om, ondanks de druk op continue verandering, koers met het hoofd boven water te houden.

Elke mens zou zijn context als zijn beste vriend moeten beschouwen. Tenzij je slachtoffer bent van jouw context, dan is het gelijk ook jouw grootste vijand.

Wat leert ons dit?

Velen spreken over een kantelend tijdsgewricht. De ene verandering na de andere ziet het levenslicht; van nieuwe technologie en vluchtelingen tot fusies, samenwerkingen, ontkoppelingen en het ontstaan van nieuwe functies en opleidingen.

Elk individu heeft weinig keus; ga mee met deze dynamiek.

Echter, dat lukt beter wanneer we, naast de aandacht voor de mens om te veranderen, veel meer oog zouden ontwikkelen voor het veranderen van zijn context. Want verandert die, dan verandert de mens ook. Terwijl individele gedragsverandering zonder contextverandering gedoemd is om te mislukken.

Vooral de vele veranderingen in organisaties hebben hier nog wel een -eufemistisch gesproken- uitdaging. Van medewerkers wordt veel verwacht, terwijl de context -van ruimtes tot werkwijzen- onberoerd wordt gelaten. Medewerkers worden op training gestuurd, en terug in de oude vertrouwde organisatie roepen alle signalen het oude gedrag op en niet het nieuw aangeleerde. En wat wint er dan? De context.

 

 

grenzen aan verdraagzaamheid zijn de grenzen van de vooruitgang

 

Ik besta dankzij jou, jij bestaat dankzij mij.

Elke mens heeft andere mensen nodig om mens te zijn en worden. Wij horen bij elkaar.

Zelfs de kluizenaar kan kluizenaar zijn dankzij één wezensoorzaak: hij overleeft door hetgeen hij geleerd heeft van anderen. Dit geldt eveneens voor baby’s die als vondeling in het oerwoud liggen. Volgen zij Tarzan of Mogli op óf gaan zij dood? Het laatste dus.

Het handelingsrepertoire van iedere mens ontstaat in het contact met anderen. Sommigen noemen dat cultuuroverdracht, opvoeding of socialisatie, anderen ontwikkeling.

 

De basis van het (over)leven is samenwerken. Dat startte reeds op de savanne. Niet alleen het bestrijden van roofdieren als sabeltandtijger en slang, doch ook het vinden van eetbare bessen en water eisten continue aandacht van de mens op. Door onderlinge samenwerking vergroot de mens de overlevingskansen van de groep, van de ander en van zichzelf. (On)bekende vraagstukken, zoals het aan de praat houden van het vuur, worden voorzien van (nieuwe) oplossingen.

Samenwerken betekent de ander ontmoeten, hem toestaan jouw wereld te betreden en zelf tactisch de zijne binnengaan. Dit fundament is gebaseerd op 2 behoeften; altruïsme en welbegrepen eigenbelang. Het altruïsme is gefundeerd in het overleven van de groep; de ander staat centraal want daardoor overleeft de groep. Je zet je in –zelfs door je op te offeren-, in het belang van het voortbestaan van de groep. Bij welbegrepen eigenbelang domineert ‘het doorgeven van de eigen genen’. Beide behoeften versterken elkaar. Het doorgeven van jouw genen draagt bij aan het voortbestaan van de groep. En de continuïteit van de groep faciliteert jouw overlevingskansen. Het lemniscaat karakteriseert deze relatie tussen mens en groep.

 

Door de samenwerking groeit er familiariteit. In elkaars nabijheid ruik je letterlijk de ander. Het vertrouwenshormoon Oxytocine overspoelt de hersenen. Een ware bevorderaar om de gezamenlijke verrichtingen en activiteiten positief te beleven. Levert de samenwerking succes op, dan ontstaat er het winnaarseffect; een bewijs dat de ander en het ontstane gedrag relevant zijn. Oxytocine en het winnaarseffect stimuleren de samenwerking en daarmee het ontstaan van gedragspatronen; repeterende handelingen, die een groot gemak voor de mens vormen. Zonder extra energie en veelal op de automatische piloot voert de mens dit gedrag uit.

Deze patronen zorgen voor herkenning en voorspelbaarheid. Er ontstaan (ongeschreven) codes en conventies, die de patronen stutten en mentaal ommuren. Voor de mensen binnen die muren zijn de patronen normaal. Zo doen we dat hier. Een normatief kader. Interne besmetting zorgt dat elk lid binnen de omheining hetzelfde gaat voelen, denken en handelen. Erbij willen horen bevordert de imitatie van anderen hetgeen leidt tot nog meer verbondenheid. Samenwerken tussen ik en jij leidt gaandeweg tot wij. Mensen conformeren zich aan het ‘wij’. In hun gedrag bevestigen zij de dominante cultuur. Denk aan de klassieke opening in Nederland bij bezoek, “Koffie?”. Omgekeerd legt het ‘wij’ op zijn beurt ‘eisen’ aan de mensen op hoe zich te gedragen. Bij binnenkomst krijg je zelden de vraag “Banaan?” gesteld. De mens raakt verstrengeld in een systeem van afhankelijkheden (ik – jij) en cultuur (wij). Dit systeem vormt voor elke mens de beschutte veilige haven; gedragspatronen, omringd met scherpe culturele grenzen. Elke mens betaalt hiervoor ook een prijs; buiten de lijntjes kleuren wordt niet gewaardeerd, en vaak gesanctioneerd. Proeven aan de voordelen van de groep, betekent gelijk ook datgene eten wat de groep jou voorschotelt.

 

Binnen de muren (= mentale grenzen) bestaat interne verdraagzaamheid. Je leert de groepspatronen om te (over)leven. Je duldt de ander in jouw nabijheid. Je gunt elkaar het beste, waardoor je samen aan de slag gaat. In deze samenwerking worden hij en jij mens. De groep (= wij) vaart er wel bij. De vraagstukken worden in gezamenlijkheid opgelost. Denk bijvoorbeeld aan de vele systemen in onze wereld, van onderwijs en zorg tot infrastructuur en belasting. Interne verdraagzaamheid naar elkaar leidt tot groepsoplossingen die elk individu bevoordelen. Het voorgaande oogt utilitaristisch in de verklaring, maar is juist emotioneel en spiritueel in de verbinding tussen deze mensen. Emotioneel vanwege geborgenheid en bescherming door anderen; de mens is in zijn wezen een sociaal dier. Spiritueel vanwege de ervaren gemeenschappelijkheid; de beleefde en ervaren gezamenlijkheid bevestigen waar je toebehoort, waarmee je ten diepste verbonden bent.

 

Daarom noemen we het gebied binnen deze mentale omheining thuis. Mijn basis. Onze grond. Hier ben ik op mijn plek; er heerst geborgenheid. Ik word gekoesterd en voel liefde voor deze ruimte en de aanwezige mensen. De grenzen, om deze thuis, bevorderen mijn voortbestaan. Een noodzaak om te (over)leven. Zij markeren ons gebied. Ons gebied is mijn gebied en vice versa. Iets dat het waard is om te behouden, ja, zelfs om voor te strijden. Niet voor niets groeit het enthousiasme voor het leger in tijden van dreiging.

 

Interne verdraagzaamheid bespoedigt een dubbele groei; van elke mens en van de eigen gemeenschap zelf. Verdraagzaamheid is daarmee in essentie een absolute voorwaarde voor ontwikkeling; van ik, van jij en daarmee ook van wij. Aan de basis daarvan ligt nieuwsgierigheid naar het andere, en wezenlijker, de ander toelaten in jouw thuis, in jouw ruimte. Erop uittrekken en jouw eigen deur openzetten voor de ander; het is gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Nieuwe paden betreden, betekent gelijk ook vertrouwde grond verlaten. Dit voelt ongemakkelijk, doet soms pijn. Een emotie die de mens graag vermijdt. Ondanks de populariteit van ontdekkingsreizigers, zijn de meeste mensen dagelijkse bewandelaars van de bestaande paden. De mens is niet voor niets een gewoontedier.

De deur openen voor de vreemde. Liever bewaren we alles van waarde veilig achter slot en grendel. Denk aan de vele horrorverhalen over onbekende bezoekers. De boodschap is duidelijk, ‘hoed je voor het vreemde’. Tenslotte maakt onbekend onbemind.

De voortekenen om de ander te ontmoeten zijn er zeker, toch versperren de bezwaren veelal de beweging naar de ander toe.

 

Aanschouwen we over de muren het ‘buitengebied’, dan ontstaat er spanning; het onbekende trekt aan en stoot af. Wie zien overeenkomsten, doch ruiken ook verschillen. Dat voelt ongemakkelijk. Al snel categoriseren we het andere. Dit doen we vanuit onze eigen vertrouwdheid. Deze categorisering vormt de basis voor stereotypering. Het oordeel is snel geveld. Een overlevingsmechanisme uit onze savannetijd. Daar vroeg je ook niet aan een roofdier of hij vegetariër was. De keerzijde van stereotypering is wantrouwen tegen het onbekende, het andere. Hetgeen niet alleen de ander in een kwaad daglicht stelt, doch ook de eigen thuisbasis verheft. Denk aan de continue zoektocht in de publieke opinie naar zondebokken.

 

Stoppen met verdraagzaamheid leidt tot stagnatie. Met protectionisme en ons terugtrekken achter onze dijken schieten we uiteindelijk onszelf in de voet. Te sterke koestering van het eigene belemmert voort- en vooruitgang. We trekken ons terug binnen de veilige muren van het vertrouwde en bekende. En herhalen wat we gisteren ook deden. Meer van hetzelfde. Terwijl de hedendaagse vraagstukken, dankzij technologie –bijvoorbeeld privacy-, klimaatverandering –bijvoorbeeld de gevolgen van El Nino- en demografie –bijvoorbeeld de trek naar de stad en het ontvolken van het platteland-, van een geheel andere orde dan enige decennia terug zijn. Hetgeen ook meteen betekent dat we met onze ‘oude’ repertoire deze nieuwe vragen niet afdoende kunnen beantwoorden. Dankzij onze ingesleten gedragspatronen, codes en conventies, wentelen we ons zelfgenoegzaam in onze bestaande oplossingen. En vragen ons verbaasd af waarom het niet goed gaat.

Door de grootse veranderingen verhevigt ook binnen de omheining het verschil. Jij en ik lopen niet langer in elkaars mars. Het wij erodeert. De gemeenschappelijkheid verdwijnt achter de horizon. Sommigen kopiëren reeds opvattingen en gedrag uit het buitengebied. Zij categoriseren het onbekende positief. Terwijl de anderen daar nog niks van willen weten. Het verschil toont zich in de wederzijdse stereotypering binnen de omheining. Denk aan termen als graaiers en tokkies.

 

Voor innovatie dien je echter die andere of te ontmoeten of welkom te heten in jouw wereld. Door de integratie van zijn handelingen en opvattingen met de jouwe komen nieuwe handelingsmogelijkheden tot bloei. Dit noemen we dan vooruitgang.

Hieronder ligt de vraag ‘wat vinden wij van waarde?’. Het andere ontdekken en ontmoeten, stelt gelijk het eigen thuis, het normatieve kader, de codes en conventies ter discussie. Denk aan de emoties rond de lopende Zwarte Pieten discussie. Waardoor inhoudelijke vragen oprijzen als “wat willen we behouden, wat willen we toevoegen en wat willen we niet kopiëren?”. Maar wellicht nog wezenlijker, wie wordt er bedoeld met ‘we’? Is dat de bestaande groep binnen het eigen territorium, een select gedeelte daarvan – de elite- of rekenen we ook de gast of buitenstander al tot ‘we’?

Relevante vragen om de voort(uit)gang te begunstigen. Wat is ervoor nodig om deze vragen te beantwoorden?

 

Je kunt pas echt ontvankelijk zijn voor het andere, van buiten de muren, wanneer je zelf gehecht voelt en geaard bent in je eigen thuis, wanneer je je veilig voelt, herkend wordt, mee mag doen en erbij hoort. Empathie en nieuwsgierigheid ontwikkelen voor het andere is vooral mogelijk wanneer jezelf empathie ervaart voor jouw eigen situatie.

Is dit niet te soft als verklaring? Gezien onze savannementaliteit is deze verklaring keihard in zijn consequenties. Insluiting bevoordeelt het overleven, uitsluiting daarentegen stond op de savanne gelijk aan  de doodstraf. Door de grootsheid van alle veranderingen, kunnen sommigen aansluiten en meedoen, terwijl anderen achterstand ervaren en hun mogelijkheden ingeperkt zien worden. Hun toegang tot gewenste en beloofde mogelijkheden worden ingeperkt. Dat betekent kortweg, binnen jouw eigen huis is het niet meer veilig en vertrouwd. Jouw thuis wankelt. Emoties als jaloezie en afgunst komen op. Barrières voor de interne verdraagzaamheid en daarmee voor de samenwerking.

Het gevolg is dat vele mensen wegtrekken van de grenzen en zich begeven richting de kern van hun thuis. Waar nog het ‘eigene’ vitaal aanwezig is. Men vlucht weg van de dreiging.

Hierdoor ontneemt de mens zichzelf de mogelijkheid om de ander te ontmoeten –de grens gaat dicht en de reis wordt gecancelled- en te zorgen dat hij en jij samen mens worden. Dat men gezamenlijk groeit.

Hierdoor stopt de ontwikkeling, en wordt zowel jouw eigen bestaan als dat van de andere en dat van de mensheid bedreigt.

 

Waar zit de oplossing? Zorg dat mensen bij de grenzen van hun thuis blijven en niet ‘vluchten’ naar het centrum. Zorg dat zij zich geaard voelen in hun thuis, begrip ontvangen voor hun eigen situatie en mogelijkheden, empathie voelen voor hun manier van zijn, dan durven zij wel bij de grenzen te blijven. En misschien de begaande paden te verlaten of zelfs de deur op een kier te zetten.

Want bij de grenzen van jouw thuis, dat zijn de grenzen van verdraagzaamheid, daar vormt zich de overgang van de grenzen van interne naar externe verdraagzaamheid. Daar vindt hedendaagse vooruitgang plaats. Want daar ontmoeten ik en jij en ontstaan er nieuwe vormen van wij.

 

 

 

de kracht van het softe

Aandacht is booming; zeker sinds IKEA het als campagneslogan gebruikt. Toch kennen we het zelf al langer, want alles wat je aandacht geeft, groeit. En of het nu om werk gaat, het houden van relaties of het schrijven van een scriptie, de mate van aandacht is bepalend voor het effect.

Hoe kan het dan dat vele organisaties in hun kpi’s zelden softe woorden als aandacht hebben staan? Niet te meten, niet op te sturen, maar wellicht nog crucialer ‘onbekend maakt onbemind’.

Aandacht is niet alleen een mentale opstelling die bepaalt hoe je iets onderneemt, aandacht zorgt ook voor betere resultaten en wellicht nog beter, het voorkomt gedoe  of hersteloperaties naderhand. En ga daar maar vanuit, hersteltijd is de duurste tijd in organisaties.

Zo zijn er ook andere softe woorden die resultaten enorm bevorderen, maar tegelijkertijd een onzichtbaar bestaan leiden. Denk bijvoorbeeld aan schoonheid, rechtvaardigheid, blijheid en vreugde. Laten we kort op de laatste twee inzoomen. Hoe meer en vaker mensen lachen hoe innovatiever zij zijn/worden. Chagrijnige organisaties zijn daardoor dus ook creatiefarme entiteiten.

De kracht van het softe zit dus in het resultaat. Maar bovenal in het plezier dat mensen met elkaar hebben. Laten we onze kpi’s bouwen op de kracht van het softe.

relevante empathie

Ik sta voor het vriesvak van mijn grootgrutter. Een vrouw op leeftijd staat naast mij. Uit haar handen valt een pak doperwten. Ik kijk en doe even niks. De vrouw bukt, raapt het pak op en deponeert het vervolgens in haar mandje. Zij loopt glimlachend verder.

Ben ik een aso of had ik hier empathischer moeten optreden; door bijvoorbeeld snel het pak voor haar op te pakken of haar in ieder geval mijn hulp aan te bieden? Of was ik juist heel empathisch door even af te wachten -want zij redt zichzelf prima-?

Organisaties worstelen vaak ook met dergelijke vraagstukken. Onder de noemer van klantgerichtheid of tegenwoordig modieuzer gastvrijheid, reageren zij snel op het gedrag/opstelling van hun klanten. Want je zult maar niet klantvriendelijk zijn! Terwijl mensen juist geholpen worden door voor hen de mogelijkheid te creëren zelf hun zaakjes op te lossen; niet denken of invullen voor de ander.

Maar het kan ook erger. Zo hoorde ik pasgeleden dat een organisatie een helpdesk in het leven had geroepen. Doel daarvan was om klanten snel van de juiste informatie te voorzien en natuurlijk om boze klanten weer blij te maken. De stelregel aan het personeel was echter ook duidelijk, wees inlevend en geef de klanten vooral niet te snel gelijk. Hier schiet empathie zichzelf in de voet.

Terug naar het dilemma, wanneer is jouw empathie relevant? Door snel te reageren en te denken voor de ander of door even te wachten om de ander de gelegenheid te bieden het zelf op te lossen?

Empathie is relevant:

1) wanneer de ander merkt dat jij aandacht voor hem/haar hebt.

2) wanneer je bereid bent om hulp te bieden wanneer de ander erom vraagt

3) wanneer je dat verricht vanuit de optiek van wat de ander zelf vindt dat hij/zij nodig heeft.

Relevante empathie verbetert de relatie wanneer het jou lukt om de ander centraal te stellen.

evolutie of revolutie

Bezocht vanmiddag een restaurant. Kom daar geregeld, zeker één keer per maand. Men had vernieuwd; het menu was aangepast en de inrichting had een metamorfose ondergaan.De eerste momenten waren er één van even wennen en slikken. Vertrouwdheid was weg. Mijn favoriete toetje was gesneuveld, het aantal tafels en stoelen was opgehoogd en de kleuren aan de muur waren net iets te fel getint. Hun oorspronkelijkheid waren zij wat kwijt geraakt.

De bedrijfsleider vertelde enthousiast dat men de klant wil blijven verrassen omdat deze anders naar de concurrent loopt. Die ruimschoots voorhanden zijn in mijn stad. Het aantal restaurants en eetgelegenheden stijgt de laatste jaren explosief. Snap de bedrijfsleider wel. Hij zit gevangen in het zogenaamde prisons dilemma. Doet hij niet mee aan deze continue vernieuwingsstrijd dan verliest hij klandizie –althans dat is zijn angst-, doet hij wel mee, dan stimuleert hij andere restaurants om ook te vernieuwen waardoor hij ‘gedwongen’ wordt ook weer van kleur te veranderen. Een wedloop van constante onrust, waarin het oogt alsof hij geen keuze heeft.

Laten we dit eens bekijken vanuit het perspectief van de klant. Er zijn dan 3 posities te bedenken:

* Hij is blij met elke vernieuwing want dat verrast hem en elke keer is hij verzekerd van ‘geen saaiheid’.

* Hij geniet van herkenbaarheid met af en toe een vleugje frisheid

* Hij baalt van elke keer weer zich moeten instellen op iets nieuws.

Welk van deze 3 posities is de meest aansprekende?

De mens is een patroonmatig wezen die graag het vertrouwde koestert. In die zin valt optie 1 af.

Daarnaast is de mens gebaat bij prikkeling, dat houdt hem ‘bij de les’. In die zin valt optie 3 af.

Blijft over optie 2, vernieuwing gebaseerd op herkenbaarheid.

Wil een mens of organisatie bij de tijd blijven dan doet hij er goed aan om niet te rigoureus en omvattend te veranderen en zeker niet continue. Zorg steeds voor constante herkenbaarheid en verander eerder evolutionair dan revolutionair.